Voor Jillis, tweede stuurman op een koopvaardij schip, begon de reis als zoveel andere. Toch veranderde die vaart richting de Perzische Golf al snel in een ervaring die hij niet snel zal vergeten.
“Dit was mijn derde keer in die regio,” vertelt Jillis. “We vertrokken vanuit Singapore richting Jubail om lading af te lossen.”
Na de passage door de Straat van Hormuz lag het schip eerst voor anker, twintig mijl uit de kust, omdat de kade in de haven nog bezet was. “Dat was vrijdagnacht. Zaterdagochtend begonnen de beschietingen. De straat ging dicht. En toen zaten we vast.”
Aan boord waren 23 bemanningsleden. Zes daarvan kwamen uit Nederland.
Wat het meest bleef hangen, was vooral de onzekerheid. “Er was veel ongeloof. Je denkt: wat nu? Je hoort altijd verhalen over conflicten, maar ineens zit je er zelf middenin.”
Vanuit de rederij kwam wel informatie, maar echte duidelijkheid was er niet. “Voor iedereen was veel onduidelijk, ook op kantoor. Het advies was vooral om niets te doen en af te wachten.”
Ondertussen volgde de bemanning het nieuws op de voet. “Tijdens de wacht stond Al Jazeera aan. En aan tafel bespraken we alles samen.”
Sommige dagen merkte je weinig van de oorlog, maar soms voelde het gevaar heel dichtbij. “Vooral als je drones en raketten zag of hoorde.”
Een moment staat hem nog scherp bij. “Ik stond ’s nachts op de brug en hoorde opeens een hard propellergeluid van waarschijnlijk een Shahed drone. Dat was slechts een paar honderd meter van het schip vandaan.”
“Ik stond ’s nachts op de brug en hoorde opeens een hard propellergeluid van waarschijnlijk een Shahed drone. Dat was slechts een paar honderd meter van het schip vandaan.”
Het dagelijkse werk ging door. Onderhoud, veiligheidsmiddelen controleren, etc. “Doordeweeks was het gewoon werken. Maar zonder varen ook soms saai.”
In de weekenden probeerde de bemanning het beste ervan te maken. “We hebben zelf een zwembad opgezet. En zelfs een hottub, die we verwarmden met behulp van een oude radiator,” lacht Jillis.
Uiteindelijk kon de lading toch worden gelost in Jubail. “Er is gelukkig niets gebeurd,” zegt Jillis. “Maar je voelt je wel kwetsbaar. Later is die haven aangevallen. Dat gevoel was dus niet voor niks.”
Op 13 april kon Jillis van boord. Een collega heeft vrijwillig zijn plek over als tweede stuurman overgenomen.
Zou hij zelf nog eens door de Straat van Hormuz varen? Jillis twijfelt. “Ik zou niet voorop gaan. Laat eerst andere schepen maar gaan. Pas als dat goed gaat, zou ik me er prettig bij voelen. Maar op het moment dat mijn collega afgelost moet worden, zal ik het zeker wel overwegen.”